ECLI:NL:PHR:2012:BW8295
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatie wegens niet tijdige betaling griffierecht ondanks hardheidsclausule
Verzoeker heeft op 2 april 2012 een cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. Volgens artikel 3 lid 4 Wet Pro griffierechten burgerlijke zaken moest het griffierecht binnen vier weken na indiening zijn voldaan, uiterlijk op 1 mei 2012.
De griffie constateerde dat het griffierecht van €302,- niet tijdig was betaald. Na een aanmaning op 10 mei 2012 en gelegenheid tot uitlating op 25 mei 2012, bleek betaling pas op 14 mei 2012 te zijn ontvangen. Op grond van artikel 427b Rv in verbinding met artikel 282a lid 2 Rv is verzoeker daarom niet-ontvankelijk in het cassatieberoep.
De advocaat van verzoeker voerde aan dat de betalingstermijn was overschreden door een niet-uitgevoerde betalingsopdracht door de bank, en dat de hardheidsclausule (artikel 282a lid 4 Rv) toegepast moest worden. De Hoge Raad oordeelde echter dat deze omstandigheid voor rekening en risico van de betalingsplichtige komt, en dat het beroep op de hardheidsclausule faalt. Hierdoor blijft de niet-ontvankelijkheid in stand.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en faal in beroep op de hardheidsclausule.