ECLI:NL:HR:2012:BU3436

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/02538
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt internationale bevoegdheid Nederlandse rechter in arbitragegeschil

In deze zaak stond de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter centraal in een arbitragegeschil tussen DSV Road B.V. en een Duitse verweerster. De rechtbank Rotterdam en het gerechtshof 's-Gravenhage hadden eerder al uitspraak gedaan, waarbij het hof het vonnis van de rechtbank bevestigde.

DSV Road B.V. stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof, maar de Hoge Raad verwierp het beroep zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad veroordeelde DSV tevens in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak bevestigt daarmee de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter in deze arbitragezaak en sluit het geschil af in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep van DSV Road B.V. wordt verworpen en de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter bevestigd.

Uitspraak

13 januari 2012
Eerste Kamer
10/02538
EE/RA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
DSV ROAD B.V.,
gevestigd te Venlo,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. A.E.H. van der Voort Maarschalk,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats], Duitsland,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.P. Heering.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als DSV en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 160009/HA ZA 01-1836 van de rechtbank Rotterdam van 6 februari 2008;
b. het arrest in de zaak 200.006.084/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 februari 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft DSV beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor DSV toegelicht door haar advocaat en mr. D.A. van der Kooij, advocaat bij de Hoge Raad. Voor [verweerster] is de zaak toegelicht door haar advocaat en mr. L.B. de Graaff, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt DSV in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 4.901,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 13 januari 2012.