ECLI:NL:HR:2012:BT6468
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring voorbedachten rade bij poging tot moord
Op 19 juli 2008 schoot verdachte het slachtoffer neer in een coffeeshop te Den Haag na een betalingsgeschil. Het hof verklaarde bewezen dat verdachte met voorbedachten rade handelde, ondanks een doorhaling in de bewezenverklaring van de woorden "na kalm beraad en rustig overleg". De Hoge Raad oordeelt dat deze doorhaling een kennelijke vergissing betreft en leest de bewezenverklaring verbeterd.
Het bewijs bestond uit verklaringen van het slachtoffer en verdachte, medische informatie over de verwondingen, proces-verbalen van politieverhoren en camerabeelden die het incident vastlegden. Het hof concludeerde dat verdachte minutenlang rustig naast het slachtoffer zat voordat hij het vuurwapen trok en afvuurde, wat wijst op voorbedachten rade.
De verdediging voerde aan dat verdachte niet met voorbedachten rade had gehandeld, maar het hof verwierp dit standpunt op basis van de feiten en het bewijsmateriaal. De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en wijst het cassatieberoep af, waarmee de bewezenverklaring en het oordeel over voorbedachten rade ongewijzigd blijven.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het oordeel van het hof dat verdachte met voorbedachten rade heeft gehandeld bij poging tot moord.