ECLI:NL:HR:2012:BR0400
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest Hof inzake schatting wederrechtelijk verkregen voordeel en mindering civiele vordering
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam inzake de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof had het voordeel geschat op €91.236,66 na in mindering brengen van een civiele vordering die gelijkelijk verdeeld werd over drie veroordeelden. De betrokkene was hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de gehele civiele vordering.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechter niet verplicht is het volledige bedrag van de civiele vordering in mindering te brengen op de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel wanneer sprake is van hoofdelijke aansprakelijkheid. De redenering van het hof, dat zonder nadere motivering de vordering evenredig moest worden verdeeld, is echter niet begrijpelijk.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting. De zaak betreft de toepassing van art. 36e lid 6 Sr en de verhouding tussen civiele vorderingen en strafrechtelijke ontneming.
De uitspraak benadrukt het belang van een duidelijke motivering bij de verdeling van de civiele vordering in mindering op het wederrechtelijk verkregen voordeel, zeker bij hoofdelijke aansprakelijkheid.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof en verwijst zaak terug voor hernieuwde berechting.