ECLI:NL:HR:2011:BU5690
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen en heffingsrente bij saldo boven 500.000 gulden
Belanghebbende, erfgenaam van A, kreeg navorderingsaanslagen opgelegd voor de inkomstenbelasting en vermogensbelasting over de jaren 1990 tot en met 2000, inclusief heffingsrente. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslagen, en het Hof verklaarde de beroepen ongegrond.
Het geschil betrof met name de wijze van berekening van de inkomens- en vermogenscorrecties bij een saldo van meer dan 500.000 gulden, in het kader van het Rekeningenproject. De Hoge Raad verwees naar eerdere arresten van 15 april 2011 die algemene gezichtspunten gaven over dergelijke correcties bij lagere saldi.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat de feitelijke waarderingen niet in cassatie getoetst kunnen worden. De overige middelen faalden eveneens, zodat het beroep in cassatie ongegrond werd verklaard. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie tegen de navorderingsaanslagen en heffingsrente wordt ongegrond verklaard.