ECLI:NL:HR:2011:BT7382
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid verzoek tot verlenging alimentatietermijn
In deze zaak heeft de vrouw cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam waarin het hof oordeelde dat het verzoek tot verlenging van de alimentatietermijn reeds eerder onherroepelijk was beslist. De man heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere beslissingen van de rechtbank Utrecht en het gerechtshof Amsterdam en overweegt dat de klachten van de vrouw niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt de vrouw in de kosten van het geding in cassatie, die aan de zijde van de man op nihil worden begroot. De beschikking is uitgesproken door de raadsheren F.B. Bakels, W.D.H. Asser, C.E. Drion en J.C. van Oven op 11 november 2011.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen wegens niet-ontvankelijkheid omdat de alimentatietermijn reeds onherroepelijk was beslist.