ECLI:NL:HR:2011:BT7086
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad heeft de middelen van cassatie onderzocht en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden, behalve dat de strafduur ambtshalve moet worden verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro.
De verdachte was ten tijde van de aanzegging gedetineerd en bevond zich in voorlopige hechtenis. Het cassatieberoep werd ingesteld en de uitspraak van de Hoge Raad volgde na meer dan zestien maanden, wat de redelijke termijn overschrijdt. Daarom werd de gevangenisstraf verminderd van twaalf jaren tot elf jaren en zes maanden.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en verwerpt het beroep voor het overige. De uitspraak werd gedaan door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot elf jaren en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.