ECLI:NL:HR:2011:BT6356
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiefase
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het beroep richtte zich onder meer op de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad oordeelde dat de stukken te laat door het Hof waren ingezonden, waardoor de redelijke termijn was overschreden. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf met vijf maanden en drie weken, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
De overige middelen konden niet tot cassatie leiden en werden verworpen. De Hoge Raad vernietigde daarom uitsluitend het onderdeel van de strafoplegging betreffende de duur van de gevangenisstraf en handhaafde de rest van het arrest.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, waarbij de waarnemend griffier aanwezig was.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd met vijf maanden en drie weken wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.