ECLI:NL:HR:2011:BQ3183

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03557 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 447 SvArt. IV.3 Procesreglement Strafkamer Hoge Raad 2008
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake onvolledigheid processtukken en beslagrechtmatigheid

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van klager verworpen. Klager stelde dat de processtukken onvolledig waren, omdat bepaalde processen-verbaal en een pleitnota ontbraken. De Hoge Raad oordeelde dat de raadsman geen schriftelijk verzoek tot aanvulling binnen de wettelijke termijn had ingediend voor de processen-verbaal, waardoor dit middel faalde. De pleitnota was later alsnog toegezonden, waardoor het middel hierover eveneens faalde.

Daarnaast klaagde klager dat de Rechtbank zich niet had uitgelaten over de rechtmatigheid van het beslag, terwijl dit in het klaagschrift was betwist. De Hoge Raad stelde vast dat het klaagschrift deze stelling niet daadwerkelijk bevatte, zodat ook dit middel faalde.

De Hoge Raad volgde het advies van de Advocaat-Generaal om de bestreden beschikking te vernietigen en de zaak terug te verwijzen naar de Rechtbank te 's-Hertogenbosch voor hernieuwde behandeling van het klaagschrift. De beschikking werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren in raadkamer op 7 juni 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.

Uitspraak

7 juni 2011
Strafkamer
nr. 10/03557 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 18 juni 2010, nummer RK 10/557, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. C. Wendenburg, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de Rechtbank te 's-Hertogenbosch teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
2. Beoordeling van het eerste middel
2.1. Het middel strekt ten betoge dat zich bij de op de voet van art. 447, tweede lid, Sv aan de Hoge Raad gezonden stukken niet bevinden de processen-verbaal van het onderzoek in raadkamer van 14 mei 2010 en 18 juni 2010 en evenmin de bij de behandeling in raadkamer van 18 juni 2010 overgelegde pleitnota.
2.2. Een raadsman die bevindt dat de processtukken niet volledig zijn, moet binnen de in art. 447, vijfde lid, Sv genoemde termijn schriftelijk een verzoek om aanvulling indienen bij de rolraadsheer (vgl. art. IV lid 3 van het Procesreglement van de Strafkamer van de Hoge Raad 2008, Stcrt. 147). In het onderhavige geval is niet gebleken dat de raadsvrouwe met betrekking tot de processen-verbaal een dergelijk verzoek heeft ingediend.
2.3. Voor zover het middel de klacht bevat dat de bij de behandeling in raadkamer van 18 juni 2010 overgelegde pleitnota zich niet bij de stukken bevindt, mist het feitelijke grondslag. Naar aanleiding van een door de raadsvrouwe op de voet van voormeld art. IV lid 3 gedaan verzoek tot aanvulling van de processtukken in zoverre, is bedoelde pleitnota alsnog aan de Hoge Raad toegezonden.
2.4. Het middel faalt.
3. Beoordeling van het tweede middel
3.1. Het middel bevat de klacht dat de Rechtbank zich niet heeft uitgelaten over de rechtmatigheid van het beslag, hoewel in het klaagschrift de rechtmatigheid van de inbeslagneming is betwist.
3.2. Het middel faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag, aangezien het op de voet van art. 447, tweede lid, Sv aan de Hoge Raad toegezonden klaagschrift een stelling als in het middel bedoeld, niet inhoudt.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juni 2011.