ECLI:NL:HR:2011:BQ2315

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/02476
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in civiele zaak tussen CMS Derks Star Busmann en verweerster

In deze civiele zaak stond een geschil tussen CMS Derks Star Busmann N.V. en verweerster centraal, waarbij meerdere vonnissen van de kantonrechter Utrecht en een arrest van het gerechtshof Amsterdam aan de orde waren. CMS stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, maar verweerster verscheen niet in cassatie.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van CMS verworpen. De klachten die CMS aanvoerde, konden niet tot cassatie leiden en behoefden geen nadere motivering, aangezien zij niet leidden tot rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De kosten van het cassatiegeding werden CMS opgelegd, terwijl aan de zijde van verweerster nihil werd begroot. Het arrest werd op 8 juli 2011 in het openbaar uitgesproken door raadsheer E.J. Numann namens de kamer onder voorzitterschap van A.M.J. van Buchem-Spapens.

Uitkomst: Het cassatieberoep van CMS wordt verworpen door de Hoge Raad.

Uitspraak

8 juli 2011
Eerste Kamer
10/02476
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
CMS DERKS STAR BUSMANN N.V.,
gevestigd te Utrecht,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als CMS en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 390735 CU EXPL 04-14238 van de kantonrechter te Utrecht van 2 november 2005, 23 augustus 2006, 27 december 2006, 19 december 2007 en 19 maart 2008;
b. het arrest in de zaak 200.008.450 van het gerechtshof te Amsterdam van 16 februari 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft CMS beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt CMS in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 juli 2011.