ECLI:NL:HR:2011:BQ0757

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01123
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 408a SvArt. 450 lid 4 SvArt. 434 SvArt. 81 RO
Verwijzingen
7 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens nietigheid dagvaarding in hoger beroep niet gegrond

In deze strafzaak heeft de verdachte cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden waarbij hij bij verstek is veroordeeld. De kern van het cassatieberoep betrof de nietigheid van de betekening van de inleidende dagvaarding in hoger beroep.

De stukken tonen aan dat de dagvaarding op grond van artikel 408a Sv is uitgereikt aan de gemachtigde van de verdachte, mr. L.S. Slinkman. Volgens artikel 450, vierde lid, Sv geldt deze uitreiking als uitreiking in persoon aan de verdachte. De verdachte had daardoor de mogelijkheid om in hoger beroep te klagen over de wijze van betekening, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt.

De Hoge Raad oordeelt dat het middel faalt omdat de verdachte niet tijdig heeft geklaagd over de betekening. Het tweede middel leidt niet tot cassatie en behoeft geen nadere motivering. Het beroep wordt derhalve verworpen.

De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is uitgesproken op 31 mei 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat de dagvaarding rechtsgeldig aan de gemachtigde is betekend en de verdachte geen klachten heeft ingebracht.

Uitspraak

31 mei 2011
Strafkamer
nr. 10/01123
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 16 oktober 2009, nummer 24/000999-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. L.S. Slinkman, advocaat te Hoogezand, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het eerste middel
2.1. Het middel klaagt dat het Hof de inleidende dagvaarding ten onrechte niet nietig heeft verklaard.
2.2. Bij de op de voet van art. 434 Sv Pro aan de Hoge Raad gezonden stukken bevinden zich:
(i) een aantekening mondeling vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te Groningen van 22 april 2008, inhoudende dat de verdachte bij verstek is veroordeeld;
(ii) een akte rechtsmiddel, inhoudende dat op 15 april 2009 door mr. L.S. Slinkman, advocaat te Hoogezand, namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen het hiervoor onder (i) bedoelde vonnis;
(iii) een akte van uitreiking, gehecht aan het dubbel van de dagvaarding van de verdachte om op 16 oktober 2009 ter terechtzitting in hoger beroep van het Gerechtshof te Leeuwarden te verschijnen, inhoudende dat deze dagvaarding op 15 april 2009 ter plaatse in het Gerechtsgebouw in persoon is uitgereikt aan de gemachtigde van de verdachte, te weten mr. Slinkman;
(iv) een aan de hiervoor onder (iii) genoemde akte van uitreiking gehecht schrijven van de griffier van de Rechtbank, inhoudende dat een kopie van de dagvaarding in hoger beroep op 15 april 2009 door de griffier in persoon is uitgereikt aan mr. Slinkman, raadsman van de verdachte;
(v) een proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 16 oktober 2009 met de daarin opgenomen aantekening mondeling arrest, inhoudende dat aldaar de verdachte noch diens raadsman mr. L.S. Slinkman zijn verschenen en dat de verdachte bij verstek is veroordeeld.
2.3. Op grond van het vorenstaande moet het ervoor worden gehouden dat de dagvaarding in hoger beroep op de voet van art. 408a Sv is uitgereikt aan mr. Slinkman, als gemachtigde van de verdachte. Die uitreiking geldt ingevolge art. 450, vierde lid, Sv als een uitreiking in persoon aan de verdachte. Nu de verdachte aldus in de gelegenheid is geweest in hoger beroep te klagen over de wijze van betekening van de inleidende dagvaarding, doch van die gelegenheid geen gebruik heeft gemaakt, kan daarover in cassatie niet met vrucht worden geklaagd (vgl. HR 12 maart 2002, LJN AD5163, NJ 2002/317 rov. 3.29 en 3.41).
2.4. Het middel faalt.
3. Beoordeling van het tweede middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 31 mei 2011.