ECLI:NL:HR:2011:BQ0757
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens nietigheid dagvaarding in hoger beroep niet gegrond
In deze strafzaak heeft de verdachte cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden waarbij hij bij verstek is veroordeeld. De kern van het cassatieberoep betrof de nietigheid van de betekening van de inleidende dagvaarding in hoger beroep.
De stukken tonen aan dat de dagvaarding op grond van artikel 408a Sv is uitgereikt aan de gemachtigde van de verdachte, mr. L.S. Slinkman. Volgens artikel 450, vierde lid, Sv geldt deze uitreiking als uitreiking in persoon aan de verdachte. De verdachte had daardoor de mogelijkheid om in hoger beroep te klagen over de wijze van betekening, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel faalt omdat de verdachte niet tijdig heeft geklaagd over de betekening. Het tweede middel leidt niet tot cassatie en behoeft geen nadere motivering. Het beroep wordt derhalve verworpen.
De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is uitgesproken op 31 mei 2011.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat de dagvaarding rechtsgeldig aan de gemachtigde is betekend en de verdachte geen klachten heeft ingebracht.