ECLI:NL:PHR:2011:BQ0757
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid betekening in hoger beroep en overschrijding redelijke termijn
In deze zaak heeft het Gerechtshof te Leeuwarden de verdachte bij verstek veroordeeld wegens overtreding van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen. De verdachte stelde in cassatie twee middelen voor: de nietigheid van de betekening van de inleidende dagvaarding en de overschrijding van de redelijke termijn.
De Hoge Raad overweegt dat de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig is betekend aan de gemachtigde van de verdachte, wat volgens artikel 450, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering gelijkstaat aan betekening in persoon. Omdat de verdachte of zijn raadsman niet op de terechtzitting in hoger beroep zijn verschenen en geen klacht hebben geuit over de betekening, kan hierover in cassatie niet met vrucht worden geklaagd.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat ook de klacht over overschrijding van de redelijke termijn niet ontvankelijk is, aangezien de verdachte niet op de terechtzitting is verschenen en de dagvaarding rechtsgeldig is betekend. De Hoge Raad verwerpt daarom het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.