ECLI:NL:HR:2011:BP2025

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 januari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00894
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 53 lid 1 Algemene OuderdomswetArt. 1 lid 3-7 Algemene OuderdomswetArt. 2 Algemene OuderdomswetArt. 3 Algemene OuderdomswetArt. 6 Algemene Ouderdomswet
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond inzake kosten overmaking ouderdomspensioen

Belanghebbenden, erfgenamen van A, stelden beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over een geschil met de Sociale Verzekeringsbank (SVB) betreffende de kosten van overmaking van het ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW).

De Hoge Raad overwoog dat het cassatieberoep slechts kan worden ingesteld wegens schending of verkeerde toepassing van specifieke artikelen van de AOW, namelijk artikel 1, derde tot en met zevende lid, 2, 3 en 6 en de daarop berustende bepalingen. Het beroep van belanghebbenden betrof echter niet deze gronden, waardoor de klachten niet tot cassatie konden leiden.

Daarnaast wees de Hoge Raad een na de termijn ingediend geschrift van belanghebbenden af omdat de wet dit niet toestaat. Er werden geen proceskosten aan belanghebbenden opgelegd.

Het arrest werd gewezen door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), M.W.C. Feteris en R.J. Koopman en uitgesproken op 28 januari 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de erfgenamen is ongegrond verklaard.

Uitspraak

nr. 10/00894
28 januari 2011
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van de erfgenamen van A, gewoond hebbende te Z, Spanje, (hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 februari 2010, nr. 07/1271 ZFW, op het hoger beroep van belanghebbenden tegen een uitspraak van de Rechtbank te Amsterdam (nr. AWB 06/5475 AOW) betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank (hierna: de SVB) ingevolge de Algemene Ouderdomswet.
1. Geding in cassatie
Belanghebbenden hebben tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De SVB heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbenden hebben een conclusie van repliek ingediend.
Na het verstrijken van de termijn voor het indienen van de conclusie van repliek hebben belanghebbenden nog een geschrift ingediend. Daartoe biedt de wet evenwel niet de mogelijkheid. De Hoge Raad slaat op dat stuk daarom geen acht.
2. Beoordeling van de klachten
Ingevolge artikel 53, lid 1, van de Algemene Ouderdomswet kan beroep in cassatie worden ingesteld tegen uitspraken van de Centrale Raad ter zake van schending of verkeerde toepassing van de artikelen 1, derde tot en met zevende lid, 2, 3 en 6 en de op die artikelen berustende bepalingen.
Het onderhavige cassatieberoep betreft echter de kosten van overmaking van het ouderdomspensioen op grond van de AOW. Dit beroep is niet ingesteld ter zake van schending of verkeerde toepassing van voormelde bepalingen. De klachten kunnen derhalve niet tot cassatie leiden.
3. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2011.