ECLI:NL:HR:2011:BO7908
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep in cassatie tegen arrest Gerechtshof Den Haag
Op 1 februari 2011 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte verworpen tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 2 februari 2009. Het beroep was ingesteld door verdachte en vertegenwoordigd door mr. F.P. Holthuis. De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat slechts middelen die een stellige en duidelijke klacht bevatten over schending van rechtsregels of vormvoorschriften in aanmerking komen voor onderzoek. Het ingediende middel voldeed hier niet aan en bleef daarom onbesproken. De overige middelen konden niet tot cassatie leiden en behoefden geen nadere motivering.
Het arrest werd gewezen door vice-president F.H. Koster als voorzitter en raadsheren B.C. de Savornin Lohman en M.A. Loth, en uitgesproken op 1 februari 2011.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen wegens onvoldoende gegrond middel.