ECLI:NL:HR:2010:BO5990

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/05217
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26a Wet WOZArt. 1 Eerste Protocol EVRMArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt Hofuitspraak over waardering onroerende zaak en toepassing Fierensmarge

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een onroerende zaak in de gemeente 's-Hertogenbosch voor het jaar 2007. Na afwijzing van bezwaar door de heffingsambtenaar verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde het Hof deze uitspraak in hoger beroep.

Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Deze oordeelde ambtshalve dat de zogenaamde Fierensmarge, een margeregeling opgenomen in artikel 26a van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ), een inbreuk vormt op artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Hierdoor dient deze regeling buiten toepassing te blijven.

De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof, stelde de waarde van de onroerende zaak vast op €149.000 en gelastte vergoeding van de betaalde griffierechten door de gemeente en de heffingsambtenaar aan belanghebbende. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof, stelt de WOZ-waarde vast op €149.000 en gelast vergoeding van griffierechten aan belanghebbende.

Uitspraak

Nr. 09/05217
3 december 2010
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z(hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 25 februari 2010, nr. 08/00763, betreffende een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken.
1. Het geding in feitelijke instanties
Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende zaak a-straat 1 te
Z (hiena: de onroerende zaak) voor het tijdvak 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007 vastgesteld.
Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar van de gemeente
's-Hertogenbosch bij uitspraak de waarde gehandhaafd.
De Rechtbank te 's-Hertogenbosch (nr. AWB 07/2845) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en een aantal klachten aangevoerd. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente 's-Hertogenbosch heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
3. Beoordeling van de klachten
3.1. De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak op de waardepeildatum 1 januari 2005 bij de bestreden beschikking vastgesteld op € 154.000.
3.2. Het Hof heeft geoordeeld dat de waarde van de onroerende zaak op die datum € 149.000 bedroeg.
3.3. De tegen dat oordeel gerichte klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beoordeling ambtshalve
4.1. Het Hof heeft voorts geoordeeld dat de voor de onroerende zaak vastgestelde waarde gelet op de in artikel 26a van de Wet waardering onroerende zaken opgenomen regeling moet worden gehandhaafd op € 154.000.
4.2. Aldus oordelend heeft het Hof miskend dat de in artikel 26a van de Wet waardering onroerende zaken opgenomen margeregeling een inbreuk vormt op artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en daarom buiten toepassing dient te blijven (HR 22 oktober 2010, nr. 08/02324, LJN BL1943, V-N 2010/54.4). De tegen het oordeel gerichte klachten slagen derhalve.
4.3. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.
5. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
venietigt de uitspraak van het Hof,
vermindert de vastgestelde waarde van de onroerende zaak tot € 149.000, en
gelast dat de Gemeente 's-Hertogenbosch aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie betaalde griffierecht ten bedrage van € 110, alsmede het bij het Hof betaalde griffierecht ter zake van de behandeling van de zaak voor het Hof ten bedrage van € 107 en gelast dat de heffingsambtenaar aan belanghebbende vergoedt het bij de Rechtbank betaalde griffierecht ter zake van de behandeling van de zaak voor de Rechtbank ten bedrage van € 39.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2010.