ECLI:NL:HR:2010:BO4933

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00177
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:296 lid 1 onder b BWArt. 7:296 lid 3 BWArt. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging huurovereenkomsten woon- en bedrijfsruimte met nieuwe ontruimingsdatum

De zaak betreft een geschil over de beëindiging van huurovereenkomsten voor woon- en bedrijfsruimte tussen eiser(s) en de Gemeente Amsterdam. De huurovereenkomsten betroffen een tijdelijke huursituatie waarbij eiser(s) zich beroepen op huurbescherming, maar dit beroep werd door de Hoge Raad als onaanvaardbaar beoordeeld naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.

In eerdere instanties waren vonnissen en een arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen, waarbij de huurovereenkomsten werden beëindigd. Tegen dit arrest werd cassatieberoep ingesteld door eiser(s), terwijl de Gemeente voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep instelde.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten in het cassatieberoep niet tot cassatie kunnen leiden en wijst het beroep af. Omdat de door het hof bepaalde beëindigingsdatum van de huurovereenkomsten inmiddels was verstreken, stelt de Hoge Raad een nieuwe datum vast waarop de huurovereenkomsten eindigen en de ontruiming moet plaatsvinden.

De huurovereenkomsten eindigen op 31 januari 2011 en eiser(s) dienen uiterlijk op die datum de woon- en bedrijfsruimte te ontruimen. Tevens worden eiser(s) veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en stelt de beëindiging van de huurovereenkomsten en ontruiming vast op 31 januari 2011.

Uitspraak

24 december 2010
Eerste Kamer
10/00177
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
de GEMEENTE AMSTERDAM (Stadsdeel Centrum),
zetelende te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. J. Brandt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser 1], [eiseres 2] en de Gemeente.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak CV 07-2754 van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 17 april 2007, 9 oktober 2007 en 22 januari 2008;
b. het arrest in de zaak 200.004.277/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 11 augustus 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser 1] en [eiseres 2] beroep in cassatie ingesteld. De Gemeente heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep en afdoening als in alinea 48 van de conclusie aangegeven.
3. Beoordeling van de middelen in het principale beroep
3.1 De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3.2 Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3.3 Nu de datum waarop het hof het einde van de huurovereenkomsten had bepaald is verstreken, zal de Hoge Raad een nieuwe datum vaststellen.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
bepaalt dat de huurovereenkomsten tussen [eiser 1] en de Gemeente betreffende de bedrijfsruimte aan de [a-straat 1] begane grond te Amsterdam en tussen [eiser 1] en [eiseres 2] enerzijds en de Gemeente anderzijds betreffende de woonruimte aan de [a-straat 1] eerste en tweede verdieping te Amsterdam zullen eindigen op 31 januari 2011 en dat [eiser 1] en [eiseres 2] uiterlijk op die datum zowel de bedrijfsruimte als de woonruimte dienen te ontruimen;
veroordeelt [eiser 1] en [eiseres 2] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 384,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 december 2010.