ECLI:NL:HR:2010:BN7086
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijke termijn bij verbeurdverklaring zonder hoofdstraf
In deze zaak stond de vraag centraal of een overschrijding van de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, aanleiding kan geven tot vermindering van een bijkomende straf van verbeurdverklaring wanneer geen hoofdstraf is opgelegd.
De verdachte was veroordeeld tot verbeurdverklaring van een aantal runderen of de waarde daarvan. Het hof had de stukken te laat ingezonden, waardoor de redelijke termijn in de cassatiefase werd overschreden. De verdachte stelde zich op het standpunt dat dit een rechtsgevolg moest hebben in de vorm van vermindering van de bijkomende straf.
De Hoge Raad bevestigde het uitgangspunt dat geen vermindering wordt toegepast op bijkomende straffen, ook niet als er geen hoofdstraf is opgelegd. De constatering van de overschrijding van de redelijke termijn leidt daarom niet tot een vermindering van de bijkomende straf. Het beroep van de verdachte werd verworpen.
Uitkomst: Het beroep wordt verworpen; overschrijding van de redelijke termijn leidt niet tot vermindering van de bijkomende straf van verbeurdverklaring.