ECLI:NL:HR:2010:BL0762
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep verdachte inzake zwijgrecht en Murray-arrest EHRM
Op 16 maart 2010 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte verworpen tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 12 november 2008. Het beroep was ingesteld door de verdachte, vertegenwoordigd door mr. P.H.L.M. Souren. De Advocaat-Generaal Jörg had geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Het middel van cassatie richtte zich op de beoordeling van het zwijgrecht van de verdachte in het licht van het arrest Murray van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president van de Hoge Raad, A.J.A. van Dorst, als voorzitter, met raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en C.H.W.M. Sterk, in aanwezigheid van de waarnemend griffier E. Schnetz. Het arrest bevestigt de bestaande rechtspraak omtrent het zwijgrecht en de toepassing van het Murray-arrest in Nederland.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen zonder nadere motivering.