ECLI:NL:HR:2010:BK4454
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt beroep tegen oplegging ISD-maatregel ondanks richtlijngeschil
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het Openbaar Ministerie (OM) terecht de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) kon vorderen. De verdachte was in voorlopige hechtenis gesteld en het OM vorderde de ISD-maatregel. De verdediging stelde dat deze vordering in strijd was met de geldende Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige zeer actieve veelplegers, omdat de ISD-maatregel volgens hen alleen kon worden gevorderd voor het misdrijf waarvoor de verdachte in voorlopige hechtenis was gesteld.
De Hoge Raad overwoog dat de Richtlijn, zoals die gold ten tijde van het bewezenverklaarde feit, niet ondersteunt dat de ISD-maatregel uitsluitend kan worden gevorderd in verband met het specifieke misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. De maatregel kan worden gevorderd bij stelselmatige daders die in voorlopige hechtenis zijn gesteld, zonder beperking tot het specifieke misdrijf.
Het middel faalde daarom en het cassatieberoep werd verworpen. De Hoge Raad bevestigde hiermee de rechtmatigheid van de oplegging van de ISD-maatregel in deze zaak, ondanks het aangevoerde richtlijngeschil.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de oplegging van de ISD-maatregel.