ECLI:NL:HR:2010:BK3532
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De zaak betreft een beroep in cassatie van een veroordeelde tegen een uitspraak van de Rechtbank te 's-Gravenhage. Het centrale geschilpunt is de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, doordat de stukken te laat werden ingezonden door de Rechtbank.
De veroordeelde, die gedetineerd was in een penitentiaire inrichting, stelde op 27 oktober 2008 beroep in cassatie in. Uit de inventaris van de stukken blijkt dat deze op 24 juli 2009 bij de griffie van de Hoge Raad zijn binnengekomen, wat leidt tot een overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van de bestreden uitspraak uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en tot vermindering daarvan tot vijf jaren en elf maanden. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De Hoge Raad volgt deze conclusie en vernietigt de uitspraak alleen voor wat betreft de strafduur, vermindert de straf, en verwerpt het beroep voor het overige.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vijf jaren en elf maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.