ECLI:NL:HR:2010:BK3066
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onterecht toegepaste korting op Rijksgroepsregeling-uitkering
Eiser vorderde vernietiging van besluiten die hem in de jaren tachtig geheel of gedeeltelijk uitsloten van een uitkering krachtens de Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (RWW), stellende dat hij door ziekte of gebrek arbeidsongeschikt was en daardoor ten onrechte gekort werd.
De rechtbank en het hof wezen zijn vorderingen af. Het hof oordeelde dat uit de medische stukken niet kon worden vastgesteld dat eiser arbeidsongeschikt was in de relevante periode en dat hij bovendien niet tot de kring van RWW-gerechtigden behoorde indien hij wel arbeidsongeschikt was. Eiser stelde in cassatie dat het hof buiten de rechtsstrijd trad en onvoldoende feitelijke grondslag had voor zijn oordeel.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht ambtshalve de toepasselijkheid van de arbeidsongeschiktheidsregel had toegepast en dat eiser voldoende feiten aan zijn vordering had ten grondslag gelegd. Het hof mocht het oordeel verbinden dat eiser niet tot de RWW-gerechtigden behoorde. Ook was het oordeel dat eiser onvoldoende had gesteld voor een gewone bijstandsuitkering niet doorslaggevend. Het cassatieberoep werd verworpen en eiser werd in de kosten veroordeeld.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en zijn vorderingen worden afgewezen.