ECLI:NL:HR:2010:BG5382
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over ontvankelijkheid bezwaarschrift en recht op infiltratieaftrek grondwaterbelasting
Belanghebbende, een watervoorzieningsbedrijf, betaalde grondwaterbelasting over oktober en november 2003 en maakte bezwaar tegen deze betalingen. De Rechtbank verklaarde het beroep gegrond en kende teruggaaf toe, maar het Hof vernietigde deze uitspraak deels en verklaarde het bezwaar tegen de novemberbetaling niet-ontvankelijk wegens voortijdige indiening.
De Hoge Raad stelde vast dat een bezwaarschrift dat is ingediend vóór het begin van de bezwaartermijn toch ontvankelijk kan zijn indien het is verzonden op of na de datum van aangifte of betalingsopdracht. Dit betekent dat het bezwaar tegen de novemberbetaling ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard.
Daarnaast oordeelde het Hof terecht dat belanghebbende geen recht had op infiltratieaftrek omdat de verleende vergunning geen specifieke toestemming tot infiltratie bevatte. De Hoge Raad bevestigde dat deze beoordeling niet onjuist of onvoldoende gemotiveerd was.
Het arrest vernietigt het Hofarrest voor zover het bezwaar tegen de novemberbetaling betreft en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling. De Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het Hofarrest vernietigd voor het bezwaar tegen november 2003, en de zaak wordt terugverwezen.