ECLI:NL:HR:2009:BJ7840
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsanering zonder toekenning van schone lei bevestigd
Verzoekster werd bij vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage definitief onder de schuldsaneringsregeling geplaatst. Later heeft de rechtbank op voordracht van de rechter-commissaris de schuldsanering beëindigd zonder dat verzoekster een schone lei werd toegekend. Verzoekster ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Gravenhage, dat het vonnis bevestigde.
Tegen dit arrest stelde verzoekster beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen voor zover verzoekster ontvankelijk was. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee de beëindiging van de schuldsanering zonder toekenning van een schone lei aan verzoekster. Het arrest is gewezen door de raadsheren van Buchem-Spapens, van Oven en van Schendel en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 30 oktober 2009.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beëindiging van de schuldsanering zonder toekenning van een schone lei.