ECLI:NL:PHR:2011:BP6589
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling zonder schone lei wegens niet-nakoming sollicitatieplicht
De rechtbank Utrecht sprak op 10 juli 2007 de schuldsaneringsregeling definitief uit voor verzoekster. Bij vonnis van 6 juli 2010 oordeelde de rechtbank dat verzoekster toerekenbaar tekort was geschoten in de nakoming van haar sollicitatieplicht, waardoor de regeling zonder schone lei werd beëindigd. Verzoekster had in verschillende perioden niet gesolliciteerd en ook geen ontheffing gevraagd.
In hoger beroep bevestigde het hof Amsterdam op 30 augustus 2010 het vonnis van de rechtbank. Het hof oordeelde dat verzoekster onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij door psychische problemen gedurende de gehele schuldsaneringsperiode niet kon solliciteren. Het hof baseerde zich op medische rapporten en het feit dat zij slechts beperkt therapie volgde, waardoor zij nog steeds een inspanningsverplichting had.
Verzoekster stelde in cassatie dat het hof haar ziekte miskende en onterecht een oordeel gaf over medische aspecten zonder deskundigheid. Ook voerde zij aan dat het hof onterecht het beroep op art. 354 lid 2 Fw Pro verwierp en dat zij geen eerlijk proces had gekregen omdat de beëindigingsgrond niet voldoende was besproken.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep. Het hof had terecht geoordeeld dat verzoekster haar inspanningsverplichting niet was nagekomen en dat de medische gegevens onvoldoende waren om volledige arbeidsongeschiktheid aan te nemen. Tevens was de sollicitatieplicht in alle procedurefasen aan de orde geweest, zodat geen schending van het recht op een eerlijk proces was. De beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder schone lei blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder schone lei wegens niet-nakoming van de sollicitatieplicht.