ECLI:NL:HR:2009:BJ2833
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in zaak seksueel misbruik minderjarigen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte werd veroordeeld voor het seksueel misbruiken van twee minderjarige slachtoffers over een periode van meerdere jaren. Het hof stelde vast dat verdachte zijn geestelijke en lichamelijke overwicht gebruikte om de slachtoffers te dwingen tot seksuele handelingen, ondanks hun tegenzin.
De bewezenverklaring steunt op uitgebreide verklaringen van de slachtoffers, die onder meer getuigen van herhaald seksueel misbruik vanaf jonge leeftijd, waarbij verdachte geweld en geestelijk overwicht gebruikte om hen te dwingen. De slachtoffers beschreven angst, pijn en het onvermogen om weerstand te bieden.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn oordeel voldoende heeft gemotiveerd en dat het bewijs toereikend is. Wel is vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden door late aanlevering van stukken in de cassatiefase. Daarom vermindert de Hoge Raad de opgelegde gevangenisstraf met zes jaren, tot een duur van vijf jaar en acht maanden. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vijf jaar en acht maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.