ECLI:NL:HR:2009:BI4192
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Ontzetting omgangsrecht vader en eenhoofdig gezag moeder over minderjarig kind
De moeder verzocht bij de rechtbank Almelo om wijziging van het gezag over het minderjarige kind, zodat zij het eenhoofdig gezag zou krijgen en de omgang tussen de vader en het kind zou worden stopgezet. De rechtbank wees dit verzoek af, maar vroeg advies aan de Raad voor de Kinderbescherming over de omgangsregeling.
De moeder ging in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem, dat de beschikking van de rechtbank vernietigde en de moeder het gezag toekende. Tevens wijzigde het hof de omgangsregeling door het omgangsrecht van de vader met het kind te ontzeggen.
De vader stelde beroep in cassatie in tegen deze beschikking. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep. De beschikking van het hof bleef daarmee in stand, waarmee de moeder het gezag kreeg en de vader het omgangsrecht werd ontzegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de vader en bevestigt het eenhoofdig gezag van de moeder en de ontzegging van het omgangsrecht van de vader.