Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2009:BH4084

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
43060
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gemeente Nunspeet voldoet niet aan inzamelplicht afvalstoffenheffing

Belanghebbende, eigenaar van een recreatiewoning in een park te Nunspeet, kreeg voor 2004 aanslagen opgelegd voor rioolrecht en afvalstoffenheffing. De gemeente Nunspeet wees het bezwaar tegen deze aanslagen af. Het Hof Arnhem verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, vernietigde de aanslag afvalstoffenheffing en handhaafde de aanslag rioolrecht.

De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van het college van burgemeester en wethouders van Nunspeet tegen deze uitspraak. Het geschil betrof de vraag of de gemeente had voldaan aan haar inzamelplicht door het aanbieden van een milieustraat op 600 meter afstand van de woning, terwijl de wet vereist dat afval zo dicht mogelijk bij het perceel kan worden aangeboden.

Het Hof oordeelde dat de gemeente niet had voldaan aan deze verplichting, omdat de milieustraat van D, die het afvalverwerkingsbedrijf exploiteert, op aanzienlijke afstand lag en er geen mogelijkheid was om het afval dichter bij het perceel aan te bieden. De Hoge Raad vond dit oordeel niet onbegrijpelijk of ondeugdelijk gemotiveerd en verwierp het cassatieberoep.

De Hoge Raad wees ook het verzoek tot veroordeling in proceskosten af en legde een griffierecht op aan de gemeente. Hiermee blijft de vernietiging van de aanslag afvalstoffenheffing in stand en wordt de gemeente gehouden aan haar inzamelplicht in de directe nabijheid van het perceel.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de gemeente ongegrond en bevestigt dat de afvalstoffenheffing niet in stand kan blijven vanwege niet-naleving van de inzamelplicht.

Uitspraak

nr. 43.060
27 februari 2009
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nunspeet te Nunspeet (hierna: het College) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 17 januari 2006, nr. 04/00806, betreffende na te melden aan Vereniging X te Z (hierna: belanghebbende) opgelegde aanslagen in het rioolrecht en de afvalstoffenheffing.
1. Het geding in feitelijke instantie
Aan belanghebbende zijn voor het jaar 2004 ter zake van het genot krachtens eigendom van de onroerende zaak respectievelijk het feitelijk gebruik van het perceel a-straat 1 te S op één aanslagbiljet verenigde aanslagen in het rioolrecht, respectievelijk de afvalstoffenheffing van de gemeente Nunspeet opgelegd. Het tegen de aanslagen gemaakte bezwaar is bij in één geschrift vervatte uitspraken van de heffingsambtenaar van de gemeente Nunspeet (hierna: de heffingsambtenaar) ongegrond verklaard.
Het Hof heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de heffingsambtenaar alsmede de aanslag afvalstoffenheffing vernietigd en de aanslag rioolrecht gehandhaafd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Het College heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van de klacht
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
Belanghebbende is eigenaar van een recreatiewoning met bijbehorende grond in het verkavelde deel van F (hierna: het park). D Recreatieparken B.V. (hierna: D) exploiteert het park en heeft met een afvalverwerkingsbedrijf een contract gesloten voor het verwijderen van afval van het park. Eigenaren en bewoners van het park kunnen hun afval aanbieden bij de zogenoemde milieustraat in het park, die is gelegen op 600 meter van de recreatiewoning van belanghebbende.
3.2. Het Hof heeft geoordeeld dat de gemeente belanghebbende niet de gelegenheid heeft geboden om het huishoudelijk afval dat is ontstaan op haar perceel aan te bieden op een plaats bij of zo dicht mogelijk bij haar perceel en dat de aanslag afvalstoffenheffing reeds daarom niet in stand kan blijven. De hiertegen gerichte klacht betoogt dat dit oordeel van het Hof onbegrijpelijk of ondeugdelijk gemotiveerd is.
3.3. Blijkens het proces-verbaal van de zitting van 8 december 2005 is namens de heffingsambtenaar verklaard "dat voor het aanbieden van afval met ingang van 1 januari 2004, na overleg met D, enkel nog de bestaande milieustraat van D openstaat." Het Hof heeft daaruit klaarblijkelijk afgeleid dat de gemeente aan belanghebbende in het jaar 2004 niet de mogelijkheid heeft geboden om bij het eigen perceel dan wel bij de dichtstbijzijnde aansluiting met de openbare weg haar huishoudelijk afval aan te bieden. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk of ondeugdelijk gemotiveerd. De klacht faalt derhalve.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap en M.W.C. Feteris, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2009.
Van de gemeente Nunspeet wordt ter zake van het door het college van burgemeester en wethouders ingestelde beroep in cassatie een griffierecht geheven van € 447.