ECLI:NL:HR:2009:BC5878

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
44029
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 Communautair douanewetboek
Verwijzingen
5 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt dat gefiltreerde maltbase geen drank is in douanerechtelijke zin

Belanghebbende verzocht de Inspecteur om een bindende tariefinlichting voor gefiltreerde maltbase, een door ultrafiltratie van bier verkregen heldere, niet schuimende vloeistof met minimaal 14% alcohol. De Inspecteur classificeerde het product onder post 2208 90 99 van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN), wat door belanghebbende werd aangevochten.

Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de gefiltreerde maltbase niet als drank kan worden ingedeeld onder post 2206 GN, omdat het product niet als drank wordt verkocht of gedronken, maar als ingrediënt voor andere dranken dient. Belanghebbende stelde in cassatie dat het product wel als drank moet worden beschouwd omdat het geschikt en bestemd is voor menselijke consumptie.

De Hoge Raad overwoog dat een drank in de zin van de GN een vloeistof is die bestemd is om in de staat waarin deze verkeert zonder bezwaar te worden geconsumeerd en als zodanig op de markt wordt gebracht. De gefiltreerde maltbase voldoet hier niet aan, omdat het een halffabricaat is bedoeld voor de productie van andere dranken. Het cassatieberoep faalt en wordt ongegrond verklaard.

De Hoge Raad veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten. Het arrest bevestigt de uitleg van de GN en de classificatie van de gefiltreerde maltbase, waarmee duidelijkheid is verschaft over de douanerechtelijke behandeling van dit product.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de gefiltreerde maltbase wordt niet als drank in de zin van de Gecombineerde Nomenclatuur beschouwd.

Uitspraak

Nr. 44.029
19 juni 2009
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 27 maart 2007, nr. 04/3978 DK, betreffende een bindende tariefinlichting.
1. Het geding in feitelijke instantie
Op verzoek van belanghebbende is door de Inspecteur bij beschikking een bindende tariefinlichting verstrekt, welke beschikking, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Het Hof heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal M.E. van Hilten heeft op 14 februari 2008 geconcludeerd tot het ongegrond verklaren van het beroep in cassatie.
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
3.1.1. Belanghebbende heeft de Inspecteur verzocht haar een bindende tariefinlichting in de zin van artikel 12 van Pro het Communautair douanewetboek te verstrekken voor een in het verzoek als gefiltreerde maltbase aangeduid, als volgt omschreven product (hierna: gefiltreerde maltbase):
"Gefiltreerde Maltbase
Vergiste drank op basis van o.a. mout, welke na filtratie een heldere alcoholische niet schuimende vloeistof levert met een minimaal alcoholgehalte van 14%. De onvergiste basis bestaat hoofdzakelijk uit zetmeel en suikerhoudende grondstoffen, hop en water.
Categoriestam:
Het stamwortgehalte bedraagt meer dan 15,5° Plato is van categori: S.
De vergiste base wordt aangeboden als bulkgoed dat vervoerd wordt in een daartoe bestemd vervoermiddel."
In de aanvraag is verzocht om indeling onder post 2203 00 10 van de Gecombineerde Nomenclatuur (hierna: de GN).
3.1.2. Met dagtekening 31 december 2003 heeft de Inspecteur aan belanghebbende met betrekking tot het in de aanvraag bedoelde product een bindende tariefinlichting verstrekt. Daarin is de gefiltreerde maltbase ingedeeld onder post 2208 90 99 van de GN.
3.1.3. De gefiltreerde maltbase is een door ultrafiltratie van bier verkregen kleurloze, niet schuimende drinkbare vloeistof, die niet naar bier smaakt, en wel naar alcohol maar niet naar bier ruikt. Het product wordt onder meer gebruikt als ingrediënt voor mixdranken zoals breezers en shooters. Het product als zodanig wordt niet als drank verkocht of aangeboden.
3.2.1. Het Hof heeft geoordeeld dat de gefiltreerde maltbase niet onder post 2206 van de GN kan worden ingedeeld, nu deze post betrekking heeft op dranken en de gefiltreerde maltbase dient als ingrediënt voor dranken. De enkele omstandigheid dat het product drinkbaar is omdat het niet giftig is, doet daaraan naar 's Hofs oordeel niet af, nu het in de praktijk als zodanig kennelijk niet wordt gedronken, en ook niet als drank wordt verkocht of aangeboden.
3.2.2. Tegen deze oordelen is het middel gericht. Onder verwijzing naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 26 maart 1981, Dr. Ritter GmbH, 114/80, Jurispr. blz. 895, wordt betoogd dat onder het begrip 'drank' in de GN moeten worden verstaan alle vloeistoffen die geschikt en bestemd zijn voor menselijke consumptie. De gefiltreerde maltbase is, aldus het middel, een vloeistof die kan en mag worden gedronken en mitsdien een drank in de zin van de GN, waaraan niet afdoet dat het product primair wordt aangewend bij de productie van andere dranken.
3.3. Zoals het middel met juistheid aanvoert is een drank in de zin van de GN een vloeistof die geschikt en bestemd is voor menselijke consumptie. Niet voor redelijke twijfel vatbaar is echter dat het daarbij dient te gaan om een vloeistof die bestemd is om in de staat waarin deze verkeert zonder bezwaar door mensen te worden geconsumeerd en als zodanig met het oog op die consumptie op de markt wordt gebracht. Zie hiervoor het in 3.2.2 vermelde arrest van het Hof van Justitie, punten 7 en 8. Aanwijzing voor deze uitlegging wordt tevens gevonden in de toelichting van de Internationale Douaneraad op post 2106; onderdeel B, zevende voorbeeld. Een product als de gefiltreerde maltbase voldoet hieraan niet, nu het bestemd is om te dienen als halffabricaat voor de bereiding van gerede dranken. Op grond hiervan faalt het middel.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en J.A.C.A. Overgaauw, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2009.