ECLI:NL:HR:2008:BD5059

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/10547 U
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad besluit heropening en schorsing van onderzoek in uitleveringszaak Macedonië

De zaak betreft een verzoek tot uitlevering van een persoon aan de Republiek Macedonië. De Rechtbank Utrecht had eerder de uitlevering ontoelaatbaar verklaard, maar de Hoge Raad vernietigde dat vonnis en beval de persoonlijke verschijning van de opgeëiste persoon voor een zitting. De opgeëiste persoon verscheen echter niet op de zitting van 10 juni 2008, waarop de advocaat namens hem sprak.

De Advocaat-Generaal stelde dat de Officier van Justitie niet-ontvankelijk verklaard moest worden in de vordering tot behandeling van het uitleveringsverzoek. De Hoge Raad overwoog dat het niet verschijnen en het ontslag uit detentie onvoldoende bewijs zijn dat de opgeëiste persoon zich niet in Nederland bevindt.

Daarom werd het onderzoek heropend en geschorst om de Advocaat-Generaal in de gelegenheid te stellen nader onderzoek te verrichten en zijn standpunt over de toelaatbaarheid van de uitlevering te geven. Tevens werd bevolen dat de opgeëiste persoon persoonlijk zal verschijnen op een volgende zitting, met medebrenging.

Uitkomst: Het onderzoek wordt heropend en geschorst, met opdracht aan de Advocaat-Generaal nader onderzoek te doen en de opgeëiste persoon persoonlijk te doen verschijnen.

Uitspraak

24 juni 2008
Strafkamer
nr. 07/10547 U
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
inzake het verzoek tot uitlevering aan de Republiek Macedonië van:
[De opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, thans zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.
1. De procesgang
1.1. De Hoge Raad verwijst voor de procesgang naar zijn arrest van 27 mei 2008. In dat arrest is de uitspraak van de Rechtbank te Utrecht van 27 juni 2007, houdende de ontoelaatbaarverklaring van de verzochte uitlevering, vernietigd. Voorts is in dat arrest bevolen dat de opgeëiste persoon zal worden opgeroepen te verschijnen ter zitting van de Hoge Raad om te worden gehoord omtrent het verzoek tot zijn uitlevering.
1.2. Ter zitting van de Hoge Raad van 10 juni 2008 is de opgeëiste persoon niet verschenen. Namens hem is aldaar het woord gevoerd door mr. W. Hendrickx, advocaat te Utrecht, die verklaarde daartoe door de opgeëiste persoon uitdrukkelijk te zijn gemachtigd.
1.3. De Advocaat-Generaal Machielse heeft aldaar als zijn standpunt naar voren gebracht dat de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering tot het in behandeling nemen van het uitleveringsverzoek.
2. Beoordeling van de inleidende vordering
2.1. Een uitleveringsverzoek kan niet in behandeling worden genomen indien moet worden aangenomen dat de opgeëiste persoon zich niet in Nederland bevindt en Nederland dientengevolge niet in staat is hem ter beschikking te stellen van de autoriteiten van de verzoekende Staat (vgl. HR 6 december 2005, LJN AU6362, NJ 2006, 482).
2.2. In aanmerking genomen dat de oproeping om op voormelde zitting te verschijnen op 29 mei 2008 in persoon is uitgereikt, is naar het oordeel van de Hoge Raad de enkele omstandigheid dat de opgeëiste persoon op 3 juni 2008 uit detentie uit anderen hoofde is ontslagen in samenhang met de omstandigheid dat hij ter zitting van de Hoge Raad van 8 juni 2008 niet is verschenen, onvoldoende om te kunnen aannemen dat hij zich niet in Nederland bevindt. Daarom zal het ter zitting van 10 juni 2008 gesloten onderzoek worden heropend en geschorst teneinde de Advocaat-Generaal in de gelegenheid te stellen nader onderzoek te (doen) verrichten en de resultaten daarvan over te leggen op de hierna te bepalen zitting, en - indien daartoe grond bestaat - dan alsnog zijn opvatting te geven omtrent de toelaatbaarheid van de gevraagde uitlevering.
Voorts zal de Hoge Raad bevelen dat de opgeëiste persoon persoonlijk zal verschijnen op die zitting. Daartoe zal - bij afzonderlijk geminuteerd bevel - tevens diens medebrenging worden gelast.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
heropent het ter zitting van 10 juni 2008 gesloten onderzoek teneinde de Advocaat-Generaal in staat te stellen tot het (doen) verrichten van het hiervoor onder 2.2 bedoelde onderzoek;
schorst het onderzoek tot de zitting van 2 september 2008 te 12.00 uur;
beveelt dat de opgeëiste persoon zal worden opgeroepen in persoon te verschijnen op die zitting om te worden gehoord omtrent het verzoek tot zijn uitlevering en gelast daartoe zijn medebrenging.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en J. de Hullu, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 24 juni 2008.