ECLI:NL:RBAMS:2012:BW8916
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming en weigering overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens poging tot doodslag
De rechtbank Amsterdam behandelde op 15 mei 2012 de vordering van de officier van justitie tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Duitse justitie tegen de opgeëiste persoon. De opgeëiste persoon was niet verschenen op de zitting, en zijn raadsman gaf aan geen expliciete volmacht te hebben.
De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de opgeëiste persoon correct was en dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit. De verdediging voerde aan dat de officier van justitie niet ontvankelijk zou zijn indien de opgeëiste persoon zich niet in Nederland bevindt, maar de rechtbank achtte dit niet aannemelijk gezien de inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie.
De rechtbank beoordeelde de strafbaarheid van de feiten waarvoor overlevering werd gevraagd en concludeerde dat voor twee feiten de Nederlandse strafmaat onvoldoende was om overlevering toe te staan. Voor het feitencomplex dat neerkomt op poging tot doodslag werd de overlevering wel toegestaan.
De Duitse justitie gaf een garantie dat bij veroordeling de straf in Nederland kan worden uitgezeten conform het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen. De rechtbank achtte deze garantie voldoende en besloot de overlevering voor het relevante feitencomplex toe te staan, terwijl de overige feiten werden geweigerd.
Uitkomst: Overlevering wordt toegestaan voor poging tot doodslag en geweigerd voor andere feiten wegens onvoldoende strafmaat.