ECLI:NL:HR:2008:BC9936
Hoge Raad
- Cassatie
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag na weigering andere functie
Eiser vorderde bij de rechtbank een schadevergoeding van €87.904,44 wegens kennelijk onredelijk ontslag door zijn werkgever HGI. De kantonrechter wees de vordering deels toe en veroordeelde HGI tot betaling van €60.000. HGI ging in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem, dat het vonnis van de kantonrechter vernietigde en de vordering van eiser afwees. Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad beoordeelde het cassatieberoep en concludeerde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Dit oordeel werd genomen zonder nadere motivering, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwierp het beroep en veroordeelde eiser in de kosten van het geding in cassatie. De zaak betrof een arbeidsrechtelijke kwestie waarbij de weigering van eiser om een andere functie te aanvaarden na een ziekteperiode centraal stond. De uitspraak bevestigt dat een vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag niet toewijsbaar is indien de werknemer een passende andere functie weigert.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen.