ECLI:NL:HR:2008:BC4421
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling omzetbelasting voor stoorvelddiagnostiek door fysiotherapeuten
De zaak betreft de vraag of stoorvelddiagnostiek uitgevoerd door fysiotherapeuten is vrijgesteld van omzetbelasting op grond van artikel 11, lid 1, letter g, van de Wet op de omzetbelasting 1968, in samenhang met artikel 13, A, lid 1, sub c, van de Zesde richtlijn. Het Gerechtshof Amsterdam had geoordeeld dat de diensten van belanghebbende niet vrijgesteld waren omdat niet aannemelijk was dat hij als fysiotherapeut de stoorvelddiagnostiek verrichtte.
De Hoge Raad verwijst naar het arrest van het Hof van Justitie van 27 april 2006, waarin is bepaald dat lidstaten beoordelingsvrijheid hebben om paramedische beroepen te omschrijven, maar daarbij het doel van de vrijstelling en het beginsel van fiscale neutraliteit in acht moeten nemen. Cruciaal is of de stoorvelddiagnostiek, indien uitgevoerd door artsen of tandartsen, vrijgesteld zou zijn en of de kwaliteit van de handelingen door fysiotherapeuten gelijkwaardig is.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een verkeerde maatstaf heeft gehanteerd en dat de zaak moet worden terugverwezen voor herbeoordeling met inachtneming van het arrest van het Hof van Justitie. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten en gelast vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak terugverwezen voor verdere behandeling.