ECLI:NL:HR:2008:BC3885
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Voorlopige machtiging voortgezet verblijf in psychiatrisch ziekenhuis ondanks vrijwillig verblijf en gebrek aan ziekte-inzicht
De officier van justitie verzocht de rechtbank om een voorlopige machtiging te verlenen voor het voortduren van het verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis, waar betrokkene reeds vrijwillig verbleef. De geneeskundige verklaring stelde vast dat betrokkene lijdt aan chronische schizofrenie, geen bereidheid tot opname en verblijf toonde, en agressief gedrag vertoonde dat een gevaar vormde voor veiligheid.
De rechtbank verleende de voorlopige machtiging voor maximaal zes maanden, waarbij werd geoordeeld dat betrokkene niet de noodzakelijke bereidheid tot verblijf en behandeling toonde vanwege gebrek aan ziekte-inzicht en weigering van medicatie. Betrokkene voerde aan dat hij vrijwillig verbleef en geen plannen had te vertrekken, maar dit werd door de rechtbank verworpen.
In cassatie werd betoogd dat de voorlopige machtiging onjuist was omdat betrokkene geen blijk gaf het vrijwillig verblijf te willen beëindigen, en dat het criterium van noodzakelijke bereidheid inhoudsloos werd gemaakt. De Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat het ontbreken van ziekte-inzicht en de verwachting dat betrokkene niet zal meewerken aan noodzakelijke behandeling, rechtvaardigt dat de noodzakelijke bereidheid ontbreekt.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank haar beslissing voldoende motiveerde aan de hand van de medische verklaring, het behandelplan en de verklaringen ter zitting. Het beroep werd verworpen en de voorlopige machtiging bleef van kracht.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde de voorlopige machtiging tot voortgezet verblijf in het psychiatrisch ziekenhuis.