ECLI:NL:HR:2008:BC3175
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling landbouwvrijstelling bij verkoop verpachte grond door fiscale eenheid
Belanghebbende, een fiscale eenheid met een dochtermaatschappij die een bloemenkwekerij exploiteert, had sinds 1990 een perceel weiland in eigendom dat zij vanaf 1991 tot 2000 aan een veehouder verpachtte. Deze veehouder verrichtte zelf alle werkzaamheden en gebruikte eigen werktuigen. Na beëindiging van de pacht in januari 2000 verkocht belanghebbende de grond met een aanzienlijke vervreemdingswinst.
De Inspecteur stelde het verlies van belanghebbende vast en weigerde toepassing van de landbouwvrijstelling op de vervreemdingswinst. Het Hof bevestigde dit oordeel, stellende dat de grond niet binnen het eigen landbouwbedrijf werd aangewend, omdat de feitelijke exploitatie voor rekening en risico van de pachter was en belanghebbende geen bedrijfsklare handelingen verrichtte na beëindiging van de pacht.
De Hoge Raad oordeelde dat deze feiten en omstandigheden niet onbegrijpelijk zijn en dat het oordeel van het Hof dat de landbouwvrijstelling niet van toepassing is, standhoudt. De middelen van belanghebbende falen en het beroep wordt ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de landbouwvrijstelling niet van toepassing is op de vervreemdingswinst.