ECLI:NL:HR:2008:BB9841
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het recht op tussentijdse uitbetaling van rente over zekerheidstelling bij conservatoir beslag
In deze zaak stond centraal de vraag of de officier van justitie verplicht is om tussentijds de rente uit te betalen die is gekweekt over een zekerheidstelling van €400.000,- die was gesteld ter opheffing van conservatoir beslag op voorwerpen van klager. De rechtbank had het beklag van klager ongegrond verklaard, omdat geen wettelijke plicht tot tussentijdse rente-uitbetaling zou bestaan.
Klager stelde dat de officier van justitie door het accepteren van de zekerheidstelling en het opheffen van het beslag meer zekerheid heeft gekregen dan was afgesproken, omdat de opgebouwde rente niet werd uitgekeerd. De Hoge Raad bevestigde dat het beslag is geëindigd door teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen na zekerheidstelling, en dat art. 552a Sv geen beklag mogelijk maakt over de uitvoering van de zekerheidstelling zelf.
De Hoge Raad benadrukte dat de zorgplicht van de bewaarder van het inbeslaggenomen geld weliswaar inhoudt dat het geld als een goed huisvader moet worden beheerd, maar dat vergoeding van rente pas aan de orde is bij teruggave van het geldbedrag. Voor geschillen over de uitvoering van de zekerheidstelling, waaronder de teruggave van rente, is de burgerlijke rechter bevoegd. De Hoge Raad vernietigde daarom de bestreden beschikking en verklaarde klager niet-ontvankelijk in het beklag.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart klager niet-ontvankelijk in het beklag over tussentijdse uitbetaling van rente over de zekerheidstelling.