ECLI:NL:HR:2008:BA6413
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ondernemerschap bij commissariaten en adviseurschappen ondanks beperkte aansprakelijkheidsrisico's
Belanghebbende vervulde sinds juli 2002 meerdere commissariaten en adviseurschappen en ontving hiervoor aanzienlijke vergoedingen. Hij maakte gebruik van een chauffeur en secretaresse en verkreeg opdrachten via zijn netwerk. De Inspecteur kwalificeerde de inkomsten uit commissariaten als loon uit dienstbetrekking en adviseurschappen als resultaat uit overige werkzaamheden.
Het Hof oordeelde dat het geheel van activiteiten van belanghebbende, gezien het aantal functies, de tijdsbesteding, continuïteit, opbrengsten en risico's, een onderneming vormt in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001. Het Hof erkende dat het debiteurenrisico beperkt is, maar achtte het risico van het wegvallen van commissariaten en aansprakelijkheidsrisico's voldoende om van ondernemerschap te spreken.
De Hoge Raad stelde vast dat de aansprakelijkheidsrisico's inherent zijn aan de functie van commissaris, maar dat deze risico's wel degelijk meewegen bij de beoordeling van ondernemerschap. Het oordeel van het Hof was niet onbegrijpelijk of onjuist en voldoende gemotiveerd. Het cassatieberoep van de Staatssecretaris werd ongegrond verklaard en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het Hof dat sprake is van ondernemerschap wordt bekrachtigd.