ECLI:NL:PHR:2008:BA6413
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ondernemerschap en ondernemersrisico bij commissariaten en adviseurschappen voor de inkomstenbelasting
Belanghebbende vervult meerdere commissariaten en adviseurschappen en stelt dat deze activiteiten als onderneming moeten worden aangemerkt voor de inkomstenbelasting. De inspecteur kwalificeerde de inkomsten als loon uit dienstbetrekking en resultaat uit overige werkzaamheden. Het Hof oordeelde dat het geheel van activiteiten, gezien de omvang, continuïteit, opbrengsten en risico's, wel als onderneming kan worden beschouwd.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel, met name omdat het Hof het aansprakelijkheidsrisico van commissarissen als ondernemersrisico beschouwde, wat volgens hem onjuist is. De Hoge Raad bevestigt dat het aansprakelijkheidsrisico inherent is aan de functie van commissaris en geen onderscheidend criterium vormt voor ondernemerschap. Wel is het risico van het wegvallen van commissariaten en opdrachten, mits wezenlijk, voldoende om van ondernemersrisico te spreken.
De Hoge Raad verwijst naar jurisprudentie waarin zelfstandigheid, continuïteit en ondernemersrisico centraal staan bij de beoordeling van ondernemerschap. Het oordeel van het Hof dat belanghebbende winst uit onderneming geniet, blijft daarom in stand. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard; belanghebbende wordt aangemerkt als ondernemer voor de inkomstenbelasting.