ECLI:NL:HR:2007:BB7088
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onjuiste maatstaf bij bewijsverzoek in hoger beroep mishandeling
In deze strafzaak ging het om een hoger beroep tegen een veroordeling voor zware mishandeling. De verdediging had in het appelschriftuur een verzoek opgenomen om meerdere getuigen, waaronder verbalisanten, te horen. Het hof wees het verzoek tot het horen van een specifieke verbalisant af omdat het appelschriftuur volgens het hof niet voldeed aan de eisen van artikel 410 Sv Pro en het verzoek niet noodzakelijk was.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte het noodzaakcriterium hanteerde en daarmee de verkeerde maatstaf toepaste. Volgens de Hoge Raad moet bij de beoordeling van een dergelijk verzoek de maatstaf van artikel 288, eerste lid, sub c, Sv worden gehanteerd. Het hof had moeten aannemen dat het appelschriftuur, ondanks het ontbreken van expliciete grieven, voldeed aan de eisen omdat het een opgave van getuigen bevatte.
Daarom werd het arrest van het hof vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof te 's-Gravenhage voor een nieuwe berechting en beslissing. De Hoge Raad bevestigde hiermee het belang van een juiste toetsing van bewijsverzoeken in hoger beroep en de reikwijdte van artikel 410 Sv Pro.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.