ECLI:NL:HR:2007:BB6200
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor wegens onvoldoende belang
In deze zaak verzochten [verzoeker] c.s. de rechtbank Amsterdam om een voorlopig getuigenverhoor te bevelen en tien getuigen te horen. ING c.s. bestreden dit verzoek. De rechtbank wees het verzoek bij beschikking van 1 juni 2006 af wegens onvoldoende belang. Tegen deze beschikking stelde [verzoeker] c.s. hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam, dat de afwijzing op 21 september 2006 bekrachtigde.
Vervolgens richtten [verzoeker] c.s. zich tot de Hoge Raad met een cassatieberoep tegen de beschikking van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde [verzoeker] c.s. in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee bleef de afwijzing van het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor in stand, omdat het belang van het verzoek onvoldoende was aangetoond.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor blijft afgewezen wegens onvoldoende belang.