ECLI:NL:HR:2007:BB4115
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid OM wegens ne bis in idem bij poging en mishandeling
In deze zaak stond verdachte terecht voor poging tot zware mishandeling en subsidiair mishandeling van een opsporingsambtenaar op 18 mei 2004 te Hoogeveen. Het hof sprak verdachte vrij van poging tot zware mishandeling en verklaarde de dagvaarding voor mishandeling nietig. Vervolgens werd verdachte opnieuw gedagvaard voor mishandeling.
Het hof verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging wegens het ne bis in idem-beginsel, omdat het feitelijk handelen en de schuld van verdachte in beide zaken zodanig met elkaar samenhingen dat sprake was van hetzelfde feit in de zin van artikel 68 Sr Pro.
De advocaat-generaal stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing. De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat het oordeel niet onbegrijpelijk was. Het cassatieberoep werd verworpen en de niet-ontvankelijkheid van het OM bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is wegens ne bis in idem, waardoor vervolging van verdachte niet mogelijk is.