ECLI:NL:HR:2007:BB1466
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt hoofdelijke aansprakelijkheid op grond van Coördinatiewet Sociale Verzekering
Belanghebbende werd door het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor premies die Coöperatie A U.A. verschuldigd was over de periode van maart tot juli 1994. Het Lisv verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna belanghebbende beroep instelde bij de Rechtbank Arnhem. Deze verklaarde het beroep ongegrond, wat door de Centrale Raad van Beroep werd bevestigd.
In cassatie stelde belanghebbende dat een onkostenvergoeding voor reis- en verblijfkosten onderdeel was van het loon en onbelast moest worden aangemerkt volgens artikel 6, lid 1, letter k, CSV. De Hoge Raad oordeelde dat een dergelijke vergoeding slechts als onbelast kan gelden indien deze afzonderlijk is vastgesteld, wat in deze zaak niet het geval was.
De Hoge Raad stelde vast dat het oordeel van de Centrale Raad dat geen afzonderlijk vastgestelde kostenvergoedingen waren aangetoond, een feitelijke beoordeling betrof die in cassatie niet kan worden getoetst. Daarom werd het cassatieberoep ongegrond verklaard. De Hoge Raad wees tevens proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de hoofdelijke aansprakelijkheid blijft in stand.