ECLI:NL:HR:2007:BA5618
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring in discriminatiezaak
De zaak betreft een strafzaak waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van het in het openbaar bij geschrift en afbeelding aanzetten tot discriminatie van personen van buitenlandse afkomst. De kinderrechter had het vonnis gebaseerd op een summiere opgave van bewijsmiddelen, waaronder een bekennende verklaring en aangifte.
In hoger beroep heeft de verdachte aangevoerd ten onrechte veroordeeld te zijn en vrijspraak bepleit. Het hof bevestigde het vonnis van de kinderrechter met een summiere aanvulling van de bewijsoverwegingen, maar gaf geen volledige weergave van de inhoud van de bewijsmiddelen zoals vereist volgens art. 359 lid 3 Sv Pro.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof het vonnis van de kinderrechter niet had mogen bevestigen zonder de in art. 423 lid 1 Sv Pro voorgeschreven aanvulling van gronden, namelijk een volledige weergave van de inhoud van de bewijsmiddelen. Hierdoor is het arrest onvoldoende gemotiveerd en niet in stand te houden.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug aan het hof voor hernieuwde berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep. Het arrest is gewezen door vijf raadsheren onder voorzitterschap van de vice-president op 28 augustus 2007.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de bewezenverklaring en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.