ECLI:NL:HR:2007:BA3625
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onduidelijke afstand van aanwezigheidsrecht verdachte
In deze strafzaak stond de vraag centraal of verdachte vrijwillig afstand had gedaan van zijn recht om bij de zitting aanwezig te zijn. Verdachte was gedetineerd en zou om 10.30 uur door de Dienst Vervoer en Ondersteuning (DVO) naar de zitting worden gebracht. De DVO verscheen echter eerder, rond 8.50 of 9.30 uur, maar verdachte weigerde mee te gaan en gaf aan pas om de aangezegde tijd opgehaald te willen worden.
Het hof oordeelde dat verdachte door niet mee te gaan met het eerder aangeboden transport vrijwillig afstand had gedaan van zijn aanwezigheidsrecht, waarna de zaak bij verstek werd behandeld. De Hoge Raad stelde vast dat het hof niet had onderzocht of het feit dat het transport eerder arriveerde en verdachte niet wilde meegaan, zodanige omstandigheden waren dat daaruit kon worden afgeleid dat verdachte bewust afstand deed van zijn recht.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het hof zonder nadere motivering niet begrijpelijk was en dat de enkele weigering van het eerdere transport niet automatisch betekent dat verdachte vrijwillig niet is verschenen. Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem voor een nieuwe berechting, waarbij ook de termijnoverschrijding in acht moet worden genomen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.