ECLI:NL:HR:2007:AY9194
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of tarragrond een afvalstof is volgens de Wet milieubeheer
In deze strafzaak stond de vraag centraal of tarragrond kwalificeert als een afvalstof binnen de betekenis van de Wet milieubeheer. Het gerechtshof te 's-Gravenhage had eerder een arrest gewezen waarin deze kwalificatie werd bevestigd. Verdachte, een besloten vennootschap, stelde zich in cassatie op het standpunt dat het hof onjuist had geoordeeld.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van verdachte beoordeeld aan de hand van de ingebrachte middelen en het commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal. De middelen konden niet tot cassatie leiden, mede omdat zij geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad oordeelde dat er geen grond was om het bestreden arrest ambtshalve te vernietigen en verwierp het beroep. Hiermee bleef het oordeel van het gerechtshof over de status van tarragrond als afvalstof ongewijzigd. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, en is van belang voor de interpretatie van milieurechtelijke begrippen in strafzaken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.