ECLI:NL:PHR:2008:BE9812
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of veehouderij en garagebedrijf één inrichting vormen volgens Wet milieubeheer
De zaak betreft de vraag of een veehouderij en een garagebedrijf op hetzelfde perceel als één inrichting in de zin van de Wet milieubeheer moeten worden beschouwd. Verdachte had een milieuvergunning voor zijn veehouderij, maar verhuurde een aanbouw van zijn opslagloods aan een derde die daar een garagebedrijf dreef zonder vergunning.
Het hof oordeelde dat het perceel en de vergunning betrekking hadden op één inrichting, waardoor verdachte ook aansprakelijk was voor de overtredingen in de garage. De verdediging stelde dat sprake was van twee afzonderlijke inrichtingen, omdat verdachte geen zeggenschap had over het garagebedrijf.
De Hoge Raad stelt dat het oordeel van het hof onvoldoende is gemotiveerd. Er is geen vaststelling van organisatorische of functionele bindingen zoals zeggenschap of gemeenschappelijk gebruik van voorzieningen. Het feit dat beide activiteiten op hetzelfde perceel plaatsvinden en dat de vergunning het gehele perceel betreft, is onvoldoende om van één inrichting te spreken.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en zal een passende beslissing op grond van art. 440 Sv Pro volgen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering dat sprake is van één inrichting.