Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2007:AU9527

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 maart 2007
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
517
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 lid 1 CSVArt. 1 vierde tot en met achtste lid CSVArt. 4 tot en met 8 CSV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt dat kerstpakketten personeelsvereniging loon uit dienstbetrekking zijn

Belanghebbenden, bestaande uit meerdere verbonden vennootschappen binnen één concern, maakten bezwaar tegen de fiscale behandeling van kerstpakketten verstrekt door hun personeelsvereniging. Het Gak had bepaald dat de economische waarde van deze kerstpakketten volledig moest worden meegenomen in de beoordeling van de feestdagenregeling, hetgeen door belanghebbenden werd bestreden.

De Rechtbank te Roermond verklaarde de beroepen ongegrond en de Centrale Raad bevestigde dit oordeel. De Centrale Raad baseerde zich op feiten dat de personeelsvereniging functioneert binnen het concern, gefinancierd wordt door ledenbijdragen en een vrijwillige bijdrage van de belanghebbenden, en dat het kerstpakket niet mogelijk is zonder deze financiële bijdrage. De verstrekking van het kerstpakket werd gezien als voortvloeiend uit de dienstbetrekking.

In cassatie stelde de Hoge Raad vast dat alleen rechtsvragen over bepaalde artikelen van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) aan de orde kunnen komen en dat feitelijke oordelen van de Centrale Raad niet kunnen worden herzien. De Hoge Raad oordeelde dat de situatie gelijkgesteld moet worden aan een voordeel verstrekt door de werkgever, waardoor de waarde van het kerstpakket tot het loon in de zin van de CSV behoort.

De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een veroordeling in proceskosten af. Hiermee is bevestigd dat kerstpakketten verstrekt via een personeelsvereniging als loon uit dienstbetrekking moeten worden aangemerkt.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de waarde van kerstpakketten als loon uit dienstbetrekking moet worden beschouwd.

Uitspraak

Nr. 517
23 maart 2007
TRP
gewezen op het beroep in cassatie van X1 B.V. te Z, X2 B.V. te Z, X3 B.V. te Z, X4 B.V. te Z, X5 B.V. te Z en X6 B.V. te Q (hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 23 september 2004, nrs. 02/6175 CSV, 02/6177 CSV, 02/6178 CSV, 02/6179 CSV, 02/6181 CSV, en 02/6182 CSV, op het hoger beroep van belanghebbenden tegen de uitspraak van de Rechtbank te Roermond van 28 oktober 2002 betreffende na te melden beschikkingen van Gak Nederland B.V. (hierna: het Gak) ingevolge de Coördinatiewet Sociale Verzekering (hierna: CSV).
1. Beschikking, bezwaar en geding voor de Rechtbank
Bij brief van 27 november 2001 heeft het Gak aan belanghebbenden medegedeeld dat de economische waarde van de door de Personeelsvereniging X3 aan de werknemers van belanghebbenden verstrekte kerstpakketten geheel wordt meegenomen in de beoordeling van de toepassing van de feestdagenregeling.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het UWV), rechtsopvolger van het Gak, heeft het hiertegen gemaakte bezwaar bij afzonderlijke beslissingen van 21 maart 2002 ongegrond verklaard.
Tegen de beslissingen op de bezwaren hebben belanghebbenden beroep ingesteld bij de Rechtbank te Roermond.
De Rechtbank heeft de zaken ter behandeling gevoegd en bij uitspraak van 28 oktober 2002 de beroepen tegen die beslissingen ongegrond verklaard.
2. Geding voor de Centrale Raad
Belanghebbenden hebben tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad.
De Centrale Raad heeft de aangevallen uitspraak bevestigd. De uitspraak van de Centrale Raad is aan dit arrest gehecht.
3. Geding in cassatie
Belanghebbenden hebben tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal C.W.M. van Ballegooijen heeft op 1 december 2005 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep.
Partijen hebben schriftelijk op de conclusie gereageerd.
4. Beoordeling van de middelen
4.1.1. De Centrale Raad is in zijn uitspraak uitgegaan van onder meer de navolgende door de Rechtbank vastgestelde feiten.
Belanghebbenden maken allen deel uit van één concern. Ten behoeve van de werknemers van het concern functioneert een personeelsvereniging, die zich krachtens haar statuten ten doel stelt de onderlinge verstandhouding te bevorderen en ontspanning en amusement te bieden voor alle werknemers van het concern en voor hen van wie het dienstverband is beëindigd door pensionering of arbeidsongeschiktheid, alsmede hun huisgenoten. De personeelsvereniging kent als leden ongeveer 1200 werknemers in actieve dienst en ongeveer 160 voormalige, (vervroegd) gepensioneerde werknemers. De middelen van de vereniging bestaan uit een ledenbijdrage van ƒ 36 per jaar en een vrijwillige bijdrage van belanghebbenden gezamenlijk van ƒ 150.000 per jaar; die vrijwillige bijdrage wordt door elk van belanghebbenden gedragen naar rato van het aantal leden van de personeelsvereniging dat bij elk van haar in dienst is (geweest). Belanghebbenden verstrekken jaarlijks een bedrag van ƒ 300 contant aan haar werknemers in het kader van de feestdagenregeling. Daarnaast verstrekt de personeelsvereniging jaarlijks een kerstpakket aan haar leden. In december 2000 heeft de personeelsvereniging aan haar leden een kerstpakket ter waarde van ƒ 89,12 verstrekt.
4.1.2. De Centrale Raad heeft geoordeeld:
- dat het genieten van het voordeel van het kerstpakket voortvloeit uit de dienstbetrekking,
- dat belanghebbenden niet in de onmogelijkheid verkeren om bekend te zijn met de verstrekking van de kerstpakketten en de waarde daarvan,
- dat een ieder binnen de ondernemingen van belanghebbenden op de hoogte is met het gegeven dat de personeelsvereniging kerstpakketten verstrekt,
- dat de verstrekking van het kerstpakket met een waarde als hiervoor is aangegeven niet mogelijk is zonder de financiële bijdrage van belanghebbenden, en
- dat in feite een belangrijk deel van deze bijdrage per werknemer wordt aangewend ("doorgegeven") voor de verstrekking van het kerstpakket.
4.2. Ingevolge artikel 18c, lid 1, CSV kan tegen uitspraken van de Centrale Raad slechts beroep in cassatie worden ingesteld ter zake van schending of verkeerde toepassing van de artikelen 1, vierde tot en met achtste lid, 4 tot en met 8 CSV, en de op die artikelen berustende bepalingen. Dit betekent dat in cassatie over (de motivering van) feitelijke oordelen van de Centrale Raad niet met vrucht kan worden geklaagd. Voorzover de middelen zodanige klachten bevatten, kunnen zij niet tot cassatie leiden.
4.3. De middelen falen ook voor het overige. Uitgaande van de hiervoor onder 4.1.1 en 4.1.2 vermelde feiten en feitelijke oordelen heeft de Centrale Raad met juistheid geoordeeld dat de onderhavige situatie op één lijn moet worden gesteld met het geval waarin een voordeel wordt verstrekt in opdracht en voor rekening van de werkgever, zodat in dit geval de waarde van een door de personeelsvereniging aan een werknemer van een der belanghebbenden verstrekt kerstpakket behoort tot het loon in de zin van artikel 4, lid 1, CSV.
5. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
6. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren L. Monné, C.A. Streefkerk, C. Schaap en J.W.M. Tijnagel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2007.