ECLI:NL:CRVB:2004:AR4034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Waarde kerstpakket personeelsvereniging behoort tot loon in dienstbetrekking
In deze zaak staat centraal of de waarde van kerstpakketten, verstrekt door een personeelsvereniging aan werknemers van een concern, moet worden aangemerkt als loon in de zin van artikel 4, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV). De personeelsvereniging wordt grotendeels gefinancierd door de werkgevers binnen het concern, die ook invloed uitoefenen op het bestuur van de vereniging. De rechtbank oordeelde dat de waarde van de kerstpakketten als loon moet worden beschouwd omdat het voordeel voortvloeit uit de dienstbetrekking en de werkgevers feitelijk de verstrekking mogelijk maken.
Appellanten voerden aan dat het voordeel niet uit de dienstbetrekking voortvloeit maar uit het lidmaatschap van de personeelsvereniging, en dat zij het voordeel niet zelf verstrekken. Ook werd een beroep gedaan op een regeling die een bedrag buiten premieheffing houdt. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het voordeel wel degelijk uit de dienstbetrekking voortvloeit, mede vanwege de financiële afhankelijkheid en invloed van de werkgevers op de personeelsvereniging. De Raad wijst het beroep af en bevestigt het oordeel van de rechtbank.
De Raad benadrukt dat het kerstpakket niet kan worden aangemerkt als een incidentele personeelsvoorziening zoals bedoeld in de Regeling loon in natura 2000. De vraag over de eigen bijdrage van werknemers behoeft geen behandeling omdat partijen hierover overeenstemming hebben dat dit bij de premieheffing wordt behandeld. De uitspraak bevestigt dat de waarde van het kerstpakket premieplichtig loon is.
Uitkomst: De waarde van het kerstpakket verstrekt door de personeelsvereniging behoort tot het premieplichtige loon en het beroep wordt ongegrond verklaard.