ECLI:NL:HR:2006:AZ2724
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussenbeschikking faillissementsprocedure
Verzoekster, gevestigd te een vestigingsplaats, werd door Bank Bercoop N.V. verzocht tot faillietverklaring bij de rechtbank te Zutphen. Tijdens de behandeling stelde verzoekster dat de rechtbank onbevoegd was vanwege verplaatsing van haar statutaire zetel. De rechtbank verwierp dit en hield het verzoek aan met een nieuwe behandeling gepland.
Verzoekster stelde hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem tegen de bevoegdheidsbeslissing, maar werd niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 270 lid 3 Rv Pro. Hiertegen stelde zij cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Bank Bercoop diende geen verweerschrift in.
De Hoge Raad oordeelde dat de beschikking van het hof een tussenbeschikking was, omdat er geen uitdrukkelijk dictum was dat het geding omtrent de faillietverklaring beëindigde. Tussentijds cassatieberoep is volgens de wet niet toegestaan tegen tussenbeschikkingen. Daarom werd verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep tegen de tussenbeschikking.