ECLI:NL:HR:2006:AZ0131
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Betaling openstaande vordering na faillissement leverancier en schuldeisersverzuim
De zaak betreft een geschil tussen Dixons B.V. en ABN AMRO Bank N.V. over betaling van een openstaande vordering van gefailleerde leverancier Simba Aluminium B.V., wier curator de vordering aan de bank had verpand. Dixons had de tweede termijn van een factuur niet betaald en stelde zich op het standpunt dat zij niet in verzuim was vanwege een uitstel van levering in onderling overleg en een voorstel aan de curator tot afname van de pui.
De rechtbank wees de vordering in eerste aanleg toe, maar verklaarde deze in verzetprocedure afgewezen. Het hof vernietigde deze vonnissen en stelde de vordering van de bank deels toe, met rente vanaf 18 december 1999. Het hof oordeelde dat Dixons in schuldeisersverzuim was omdat zij de nakoming van de verbintenis door Simba had verhinderd door een aan haar toe te rekenen oorzaak, namelijk het ontbreken van een vergunning.
Dixons voerde in cassatie aan dat het verzuim was geëindigd door het uitstel in onderling overleg en haar voorstel aan de curator, en dat zij zich mocht beroepen op wanprestatie en ontbinding. De Hoge Raad verwierp deze klachten, bevestigde het oordeel van het hof dat Dixons in verzuim bleef en dat het voorstel aan de curator geen zuivering van het verzuim inhield. Ook oordeelde de Hoge Raad dat Dixons geen rechtsgeldige ontbinding had gesteld.
De Hoge Raad veroordeelde Dixons in de kosten van het geding in cassatie en wees het beroep af.
Uitkomst: Hoge Raad wijst cassatieberoep af en bevestigt vordering tot betaling wegens schuldeisersverzuim.