ECLI:NL:HR:2006:AY8320
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring OM wegens overschrijding redelijke termijn in diefstalzaak
De Hoge Raad behandelde een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte bij verstek was veroordeeld voor diefstal en poging tot diefstal gepleegd in 1996.
De kern van het geschil betrof de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Verdachte was vanaf mei 1998, op ruim veertien maanden na, onafgebroken ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens. Tussen mei 1998 en december 2005 was er geen poging van het Openbaar Ministerie om de verstekmededeling aan verdachte te betekenen.
De Hoge Raad oordeelde dat deze periode van meer dan zeven jaren aan het Openbaar Ministerie toe te rekenen inactiviteit een overschrijding van de redelijke termijn oplevert. Gezien het belang van de verdachte bij verval van het recht tot vervolging, verklaarde de Hoge Raad het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging en vernietigde het arrest, behoudens het deel dat het vonnis van de politierechter vernietigde.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn.